HoofdluismetingHoofdluis is een vervelend probleem, niet alleen voor ouders en kinderen, maar vooral ook voor scholen. Maar liefst 97% van de  basisscholen hanteert dan ook een hoofdluisprotocol. Hoofdluis wordt relatief vaker geconstateerd na schoolvakanties. Hoe groot het probleem precies is, is moeilijk te zeggen. Om toch een indicatie te kunnen geven van het aantal hoofdluisbesmettingen in Nederland initieerde Prioderm dit jaar de Landelijke Hoofdluismeting.

Alle basisscholen van Nederland zijn opgeroepen om hun leerlingen direct na de grote schoolvakantie goed te controleren op hoofdluis en het resultaat door te geven. Scholen uit alle regio’s deden mee. In totaal is het resultaat van 45.858 gecontroleerde kinderen doorgegeven. Bij 1,5% van de gecontroleerde leerlingen zijn hoofdluizen en/of neten aangetroffen. Dit is ruim vijf keer meer dan het resultaat van een meting van het Landelijk Steunpunt Hoofdluis na de voorjaarsvakantie in 2010. Toen werd bij 0,26% van de gecontroleerde leerlingen hoofdluizen en/of neten aangetroffen.

Mogelijk door beperkte controle op hoofdluis tijdens de vakantieperiode is al jaren na schoolvakanties een piek te zien in het aantal hoofdsluisbesmettingen. Met name na de lange zomervakantie is een toename te zien, zo constateerde Prioderm ook dit jaar weer. Bij beperkte controle wordt hoofdluis vaak te laat opgemerkt en verspreidt het zich sneller. Het verschil in uitkomst van de metingen in 2010 en 2013 zou dan ook verklaard kunnen worden door het feit dat de zomervakantie een langere periode is waarin minder gecontroleerd wordt dan de voorjaarsvakantie. Ondanks dat de kans op een hoofdluisbesmetting groter is bij jonge kinderen werd bij de meting van dit jaar meer hoofdluis en neten geconstateerd bij kinderen uit de bovenbouw.